Katharsis een voetnoot voor de Ataraxia

Posted by on Jan 21, 2015 in Gedachtegoed | 1 comment

Katharsis een voetnoot voor de Ataraxia

De Griekse tragedie

 

                   Een  voetnoot voor de ataraxia: de emotionele katharsis

 

Gedurende de geschiedenis van het Westerse denken is de mens voortdurend bezig geweest om leed te mijden. Nog steeds staan de zelfhulpboeken vol met bemoedigende zinnen over hoe we meester kunnen worden van ons lijdenslot. De levenshouding die ons wordt aangeraden is de “onraakbaarheid´ van de geest. We zouden ons niet met onze emoties moeten identificeren. Deze innerlijke onverstoorbaarheid is geïnspireerd door de praktische filosofie van de Stoa (300 v. Chr.). De techniek die de meesters hun leerlingen bijbrachten was het oefenen in het bereiken van een geestelijke kalmte (ataraxia), die de mens  in staat stelde om alleen dat in zijn innerlijk leven toe te laten wat er daadwerkelijk toe deed. Emoties en verwarrende gevoelens konden de geest niet meer raken, als wolken dreven ze voorbij. De mens kon ze op een veilig afstand waarnemen, ze analyseren en definiëren in een theorie, maar ze vormden geen deel meer van zijn identiteit. Op deze manier werd het leed een keuze: ook al was er pijn, de geest hoefde niet meer noodzakelijk te lijden.

Toch is de manier van omgaan met pijn en verdriet niet altijd de weg van de ataraxia geweest.  Als we  teruggaan naar de vijfde eeuw v. Chr. komen we een kunstvorm tegen waar het menselijk leed centraal stond: het Griekse Drama. In deze theatervorm van dans, muziek en woord, was lijden noodzakelijk voor het verkrijgen van een breder bewustzijn.

Op het podium werden vechtende helden uitgebeeld, die hun uiterste best deden om hun noodlot te ontlopen, maar uiteindelijk doormiddel van hun eigen keuzes, het voorbestemde leed moesten ondergaan. Toch is de boodschap van de tragedie niet een passief pessimisme; de vrijheid van de held schuilt juist in de keuze van hoe hij wil omgaan met zijn pijn en verdriet, en op welke manier hij deze een betekenis geeft. De pathos mathos, leren door lijden, gaat over de vraag; hoe de mens, die zich onontkoombaar tegenover zijn leed ziet geplaatst, dit geestelijk verwerkt en dit lijden in zijn eigen wezen integreert. Om het leed te kunnen verwerken, moest de held durven open staan voor zijn pijn en zich er mee verbinden. Op een afstandje over emoties contempleren was niet voldoende.

De pathos was echter niet een individuele en eenzame aangelegenheid, maar een proces dat in groepsverband doorleefd werd. Het publiek leed met de held mee (empathos), en hierdoor kon hij een stukje van zijn eigen pijn verteren. De toeschouwer verbond zich met dat wat op het podium gebeurde, en door deze empathie kon hij dingen in zijn eigen leven schoonmaken. De Griekse tragedie had een therapeutische functie, door de opgewekte emoties die de toeschouwer voelde kwam hij tot een katharsis, een inzicht verkregen door het meelijden met de personages. In het Oude Griekenland was het naar een tragedie gaan, zoals het voor ons is om naar de film gaan: je wordt meegetrokken naar het leven van de acteurs en je verbindt je met hun keuzes, fouten en emoties. Dit meeleven, en soms meehuilen, kan nadien een soort opluchting geven.

In het Oude Griekenland was de uitvoering van de tragedies een van de belangrijkste sociale gebeurtenissen van het hele jaar. Van zonsopgang tot zonsondergang werden er gedurende drie dagen de tragedies van verschillende dichters opgevoerd, en aan het eind van de reeks werd er een prijs uitgereikt voor de beste tragedie. De winnaar werd niet alleen verkozen om het beste script, maar ook om de intensiteit van de opgewekte emoties in het publiek.

In de Griekse tragedie komt het inzicht en bewustzijn niet alleen door de ratio maar ook, en voornamelijk door het hart.  Elke tragedieschrijver liet zijn personages op een andere manier tot een innerlijke schoonmaak komen, maar de voorwaarde bleef hetzelfde: de held moest zich met zijn pijn verbinden om het een plek te kunnen geven. Voor de Griekse held was de ataraxia niet voldoende. Om een betekenis aan de emoties te kunnen geven, moesten deze eerst door het lichaam verteerd worden.

De vragen waarom lijdt de mens? En hoe kan hij met dit lijden omgaan? Werd door iedere tragedie schrijver op een andere manier beantwoord. Aeschylus (525-456 v. Chr.), één van de eerste dichters van het Griekse drama, vond het antwoord en troost in de goddelijke werkelijkheid. De mens leed omdat hij verkeerde keuzes maakte door zijn onwetendheid. Ook al snapte de mens het waarom van zijn lijden niet, had hij de vrijheid om deze lijdenssituatie bewust te willen dragen.

De held van Aeschylus kreeg de mogelijkheid om te leren en tot dieper inzicht komen, door verantwoording te nemen voor het gedane onrecht. Wetende dat zijn lijden rechtvaardig is, kan de mens vertrouwen in de Zeus.  Ook al is hij ontwetend, en kent hij het uiteindelijke plan van de oppergod niet, kan hij het vertrouwen hebben dat uitkomst van het goddelijke besluit altijd een verbetering is voor de universele wetmatigheid. Aeschylus heeft een groot vertrouwen in de rechtvaardigheid van de godenwereld. De troost en omgang met pijn vindt de dichter in het verkrijgen van een steeds goddelijker bewustzijn, waarin de persoonlijke pijn een betekenis krijgt in de universele rechtvaardigheid van de kosmos. Deze zingeving geeft de held de mogelijkheid om even boven zichzelf uit te stijgen, en in te zien dat de dood bij het leven hoort, en dat het verdriet dat hij nu voelt, nodig is om weer de mogelijkheid te krijgen om opnieuw te kunnen leven.

In de tragedie Agamemnon (458 v. Chr.) van Aeschylus staat Agamemnon voor een tragische keuze, die geen uitweg kent zonder pijn. Agamemnon en zijn vloot zijn op weg naar Troje om zich te wreken op de roof van Helena, de vrouw van zijn broer Menelaos.  De godin Artemis  heeft de wind stil gelegd om Agamemnon te straffen voor een oude vete tussen hen. De godin eist het offer van zijn dochter als genoegdoening. Pas dan zal er weer een goede wind staan en kan de oorlogsmissie slagen. Dit stelt Agamemnon voor een dilemma. De omstandigheden dwingen hem een keuze te maken tussen twee mogelijkheden: zijn dochter wel of niet offeren. De consequenties van beide keuzes hebben een noodlottige afloop. Kiest Agamemnon ervoor om zijn dochter te offeren dan is Artemis tevreden, maar zullen de bloedwraakgodinnen (Erinyen) hem achtervolgen. Besluit hij haar niet te offeren, dan zullen de Erinyen stil zijn, maar is Artemis onverzoenbaar en zal hij niet slagen in zijn expeditie naar Troje.

Na een innerlijk debat besluit Agamemnon zijn dochter te offeren. Hij lijdt, maar vindt een zekere vrede in het idee dat het de wil van de goden was, en dat dit persoonlijke offer nodig was voor een groter en hoger doel: het winnen van de oorlog tegen Troye, iets wat de oppergod Zeus heel graag wilde. Ook al vindt Agamenon troost in het verkrijgen van een groter bewustzijn over het waarom van deze pijnlijke keuze, kan hij zijn schuldgevoelens en verantwoording niet ontlopen. Ook al is zijn besluit door de goden beïnvloed, het is zijn eigen keuze geweest. Dit weet hij, en als hij na de overwinning bij thuiskomst door zijn vrouw in het bad vermoord wordt, weet hij dat dit een rechtvaardige straf is van de bloedwraakgodinnen.

Voor Sophocles (496-406 v. Chr.) was de troost voor het menselijk verdriet en pijn veel schraler, de goden raakten steeds verder van de mensen wereld verwijderd, en zwegen in hun antwoord op het waarom van het menselijk lijden.  De menselijke wet (nomos) nam de plaats in van de goddelijke wet (themis). De mens leed omdat hij streed voor zijn eigen idealen, die in conflict waren met de wetten van de stadsstaat (polis). De persoonlijke vrijheid van het individuele vermogen tot oordelen kwam in conflict met de conventies van de menselijke wet.

Dit zien we duidelijk in de tragedie van Sophocles Antigone. Antigone heeft een sterke persoonlijkheid, een uitgesproken mening en een bijbehorend waarden systeem. De koning van Thebe wil haar broer niet begraven, omdat hij een verrader van de polis is geweest. Antigone vindt dit onacceptabel en strijd om het grafrecht van haar broer te verdedigen. Ze wordt gedreven door religieuze waarden, maar het is haar wil en niet die van de goden die haar in die strijd motiveren. De koning wordt echter door andere en politieke waarden gemotiveerd. Beide waardesystemen staan onverzoenlijk tegenover elkaar.

Antigone lijdt doordat ze verblind is door haar eigen beoordelingsvermogen. Ze kluistert zich zelf vast aan haar eigen moraliteit, en is niet meer in staat om andere waarden in acht te nemen en een dialoog te voeren. Antigone ervaart de tragiek van het persoonlijk bewustzijn: het verliezen van de vrijheid en het slaaf worden van een eigen idee.

Als Antigone besluit haar broer zelf te begraven, besluit de koning haar te straffen door opsluiting in een grot, waar zij de dood vindt. Antigone lacht de dood tegemoet, als de verwezenlijking van haar persoonlijkheid. Antigone kiest voor het lijden en de offerdood als een compensatie voor haar idealen. Ze vindt troost in het vereeuwigen van haar waarden, en twijfelt niet om hiervoor de prijs van haar eigen leven te betalen. Ze is zich ook bewust (mathos) dat dit het gevolg is van haar pathos die zich te veel aan haar eigen ideeën vastkluisterde.

Het lijden en leren krijgt een geheel menselijke en individuele dimensie in de tragedies van Euripides (480-406 v. Chr.). De mens lijdt omdat hij bewustzijn verkrijgt van de schaduw van zijn geest. De goden worden immanente krachten die het menselijk karakter van binnen uit beïnvloedde. De goden worden waanbeelden en representaties van de verstoorde geest, die door blinde passies de held verleiden om dat te doen wat hij juist niet moet doen.

Dit zien we duidelijk in de tragedie Orestes (408 v. Chr.) van Euripides. De held Orestes heeft de opdracht van het orakel van Delphi gekregen om zijn moeder Clitemestra te vermoorden als wraak op de moord op zijn vader Agamemnon. Maar zijn persoonlijk geweten is het hier vanaf het begin af aan mee oneens. Hoe kan hij zijn eigen moeder met zijn eigen handen wurgen? Hij verzet zich tegen zijn lijdenslot, maar de bloedwraak godinnen nemen steeds meer bezit van zijn geest. Kwijlend en sidderend doordringen de eenogige Erynieën het karakter van Orestes, en verleiden hem om het Orakel te volgen. Pas als de noodlottige daad voltrokken is laten de godinnen de held met rust, en begint pas het echte lijden. Orestes wordt overvallen door schuldgevoelens en wroeging: hij alleen is de verantwoordelijke voor deze afschuwelijke daad. Vol walging en afschuw kijkt Orestes naar zichzelf. Hij komt tot zelfinzicht, maar dit leren (mathos) heeft niet het gevolg van een verlossende katharsis, maar leidt tot enkel meer lijden. Pas als hij bij vol bewustzijn vergeving vraagt aan de godenwereld, ontstaat er rust in zijn geest, en kan er een deel van zijn leed transformeren, naar een zekere acceptatie van zijn eigen onvolmaaktheid.

De drie tragedie schrijvers hebben een andere vorm gegeven aan de formule pathos mathos (‘leren door lijden’). Aeschylus vind de troost van het menselijk lijden in een goddelijk bewustzijn, terwijl Euripides enkel het individuele en menselijke bewustzijn aanspreekt. Toch nemen de helden in beide dichters de verantwoording voor hun daden, onafhankelijk of deze wel of niet door goddelijke machten zijn beïnvloed. Het goddelijke bewustzijn van Aeschylus is geen uitweg voor persoonlijke verantwoording voor het aangedane leed. De mens gaat door de pathos, juist omdat hij inziet dat hij ook verantwoordelijk is voor de onbewuste en ongewilde daden. Daden die ontstaan zijn door een verstoorde en passionele geest.

De helden Agamemnon, Antigone en Orestes hebben allen  leed ervaren en de duistere kant van hun geest gadegeslagen, ze hebben de pijn niet gemeden, maar zijn er door heen gegaan. Ze hebben het verteerd en verwerkt. Hun pathos had tragische consequenties, die vaak in de dood eindigde. Toch blijft de vraag of de mens in staat is om werkelijk betekenis aan zijn lijden te geven, als hij deze enkel vanuit de geest analyseert. Pijn verwerken is misschien wel een langer en pijnlijker proces dan dat Stoïcijnen zouden willen; en we zouden ons kunnen afvragen of de katharsis van het Griekse drama niet een noodzakelijke voetnoot is voor de ataraxia van de geest.

One Comment

  1. Bij het lezen van bovenstaand stuk moest ik meteen denken aan het dagboek van Etty Hillesum. Zij zag het verteren en verwerken van het leed als haar levensopdracht zou je kunnen zeggen. Ik citeer bijvoorbeeld van blz 126 uit ‘Het verstoorde leven':

    “Het gaat er in laatste instantie om hoe men het lijden, dat toch essentieel voor dit leven is, draagt en verdraagt en verwerkt en dat men een stukje van z’n ziel ongeschonden kan bewaren door alles heen.”

    Etty Hillesum beschrijft in haar dagboek hoe alle lijden bijdraagt aan haar innerlijke groei en hoe ze uiteindelijk God in zichzelf ontdekt, nadat ze alle innerlijke strijd die gestreden kan worden met zichzelf heeft uitgevochten. Ze accepteert alle lijden, welke bizarre vormen het ook aanneemt (ze is uiteindelijk omgebracht in Auschwitz).

    “Ik ben niet alleen moe of ziek of treurig of angstig, maar ik ben het samen met miljoenen anderen uit vele eeuwen en het hoort bij het leven. En het leven is toch schoon en het is ook zinrijk in z’n zinloosheid, mits men maar voor alles een plaats inruimt in z’n leven en het hele leven als een eenheid in zich meedraagt; dan is het toch op de een
    of andere manier een gesloten geheel. En zodra men onderdelen daarvan wil uitschakelen en niet accepteren en men eigenmachtig en willekeurig dít van het leven wel wil aanvaarden en iets anders niet, ja dan wordt het inderdaad zinloos omdat het niet meer een geheel is en alles willekeurig wordt.”

    Ze is zelfs ten diepste dankbaar, voor alles wat ze meemaakt en verwerken kan. En schrijft ze, terwijl inmiddels al heel duidelijk is welk lot hen te wachten staat (blz 101):

    “Het leven is moeilijk, maar dat is niet erg. Men moet beginnen zijn ernst ernstig te nemen, en de rest komt vanzelf. (Op blz 150 schrijft ze: “Zodra ik mij bereid toonde het moeilijke te dragen, is het altijd weer veranderd in iets moois.”) En ‘werken aan zichzelf’is heus geen ziekelijk individualisme. Een vrede kan alleen een echte vrede worden later, wanneer eerst ieder individu vrede in zichzelf vindt en haat tegen
    medemensen van wat voor soort ras of volk ook uitroeit en overwint en verandert in iets dat geen haat meer is, misschien op den duur zelfs liefde, of is dat misschien wat veel geeist. Toch is het de enige oplossing.”

    Ik vond het een ongelooflijk indrukwekkend boek. Als Etty Hillesum jouw stuk zou hebben gelezen zou ze denk ik zeggen: ja, katharsis is noodzakelijk voor de ataraxia van de geest. En: dat is op zijn beurt noodzakelijk voor het ontstaan van wereldvrede.

    Hartelijke groeten!
    Ceciel Fruijtier

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>